Achtergronden

Het weeshuis in Rusayo
In het district Gashonga, in de provincie Cyangugu (bij de grens met Congo) ligt het weeshuis Rusayo. Dit weeshuis dat sinds 1980 bestaat wordt bevolkt met wezen ten gevolge van de genocide tijdens de burgeroorlog en aan de gevolgen van AIDS. Het is nu een centrum voor kinderen zonder familie.

Het weeshuis wordt ondersteund door de katholieke kerk en de overheid. Vanuit het centrum wordt adoptie door gezinnen gestimuleerd. De laatste jaren is er een toename van het aantal weeskinderen in het weeshuis. Er zijn nu in totaal meer dan 600 weeskinderen. Ze zijn verdeeld over de volgende groepen:
 

Groep:  
Baby’s, peuters, kleuters 120
Primary school 244
Secondary school 143
Universiteit     8
Gehandicapten     5
Overig (niet schoolgaand)   73
Totaal 593

Het ontbreken van belangrijke faciliteiten is niet zozeer aan het management te wijten dan wel aan gebrek aan personeel en middelen. Ter plekke hebben wij in juli 2005 de mogelijkheden bekeken om in deze leegte te voorzien. Er zijn veel mogelijkheden en ideeën om verbetering aan te brengen in sport en creativiteit faciliteiten. De ideeën zijn besproken met Madame Adrienne Nyirabarima (verantwoordelijke van het weeshuis), Abbé Kayuba (directeur Commissaire à Lúnité et Reconciliation Nationale) en madame Véronique (representante du minestère du Genre).
In het weeshuis wordt in de primaire levensbehoeften voorzien. De kinderen krijgen minimaal kleding, eten, scholing en basisgezondheidszorg. Het weeshuis omvat diverse gebouwen, zoals een grote kerk, slaapzalen, kleine leslokaaltjes, koeienstallen en een aantal gezamenlijke ruimtes. De behuizing is erg krap en basaal, er is een tekort aan bedden, meubilair en verlichting. 

Ideeën ontstaan uit observatie
We hebben aan de hand van ons verblijf in het weeshuis een inventaris gemaakt van de sport- en spelbehoefte van de diverse leeftijdsgroepen in het weeshuis. Dit hebben we gedaan door te praten met de betreffende groepen en door mee te doen met de bestaande vormen van vermaak. Wat creativiteit voor kinderen jonger dan 6 jaar betreft hebben we het volgende meegemaakt. De minimale aandacht voor de kinderen door vrijwilligers heeft vaak een klassikaal karakter waarbij het individu ondergesneeuwd lijkt te raken. Het is van belang om de individuele mogelijkheden van de kinderen te ontwikkelen. Hierbij denken wij aan: kleurboeken, puzzels en boekjes (edition Bakame, Kinyarwanda).Rusayo heeft, zoals het er naar uit zag, nog ongebruikte ruimte en meubilair om de bovengenoemde activiteiten te realiseren. 

De weeskinderen tussen 6 en 14 jaar gaan naar de scholen in de directe omgeving. Deze groep kinderen komt wel buiten de muren van het weeshuis en de verveling is derhalve niet zo groot als bij de kinderen die nog niet naar school gaan. Door het grote aantal leerlingen kan de school niet gelijktijdig door alle kinderen bezocht worden; in de ochtend een groep en ‘s middags een andere groep. Dit brengt met zich mee dat in ieder geval elk weeskind een groot gedeelte van zijn tijd binnen de muren van het weeshuis verblijft, waar hij niet veel omhanden heeft. Ook hier geldt  evenals bij de kinderen die nog niet naar school gaan dat begeleiding en middelen ontbreken om de jongelui op een stimulerende en leerzame manier bezig te houden. Sport en spel lijkt een positieve bijdrage te kunnen leveren aan de ontplooiing van de kinderen.

Eén maand per kwartaal wonen de kinderen die naar de secondary school en universiteit gaan in het weeshuis. De overige drie maanden krijgt men onderdak en voeding bij het onderwijsinstituut (150 km verder).
Met wat aanpassingen van het bestaande ‘speelveld’ kunnen sporten beoefend worden zoals: voetbal, volleybal en basketbal. Madame Nyirabarima heeft al te kennen gegeven dat het terrein naast het weeshuis reeds is aangekocht voor sportactiviteiten. Hieruit  blijkt dat sport de aandacht heeft van het weeshuis. Om het sportelement binnen het weeshuis beter tot zijn recht te laten komen zijn begeleiding en sportattributen nodig. Met name begeleiding is belangrijk om de kinderen aan te moedigen om aan sport te doen. De begeleider zal dan tevens het beheer over de velden en het sportmateriaal hebben. (De kinderen vinden het belangrijk om een herkenbaar sporttenue te hebben, d.w.z. een T-shirt met logo). 

Andere ideeën om alle leeftijdsgroepen te stimuleren zijn bijvoorbeeld: films vertonen, tijdschriften en boeken ter beschikking stellen. Er zijn twee televisies aanwezig in het weeshuis, echter geen schotel antenne voor ontvangst. De aanschaf van een antenne en abonnement zijn peperduur in Rwanda (> $300 per maand). De televisies kunnen wel voor het afspelen van DVD’s gebruikt worden. Een plezierig, leerzaam en goedkoop tijdverdrijf .
Uit het bovenstaande blijkt dat er in het Rusayo weeshuis dringend inzet nodig is om de ‘activiteitentrein’ op de rails te zetten en gaande te houden. De gedachte gaat uit naar een activiteitenbegeleider en twee hulpkrachten. De activiteitenbegeleider zou ingezet kunnen worden door een Civil Society Organisation (CSO) die zich bezighoudt met het begeleiden van de sportactiviteiten. Dit zou ook gerealiseerd kunnen worden door een permanente stage plaats vanuit een opleidingsinstituut in Nederland. Zij of hij dient geassisteerd te worden door twee Rwandese hulpkrachten, dit is met name belangrijk i.v.m. de taal. Vooral voor de jongere kinderen is het van groot belang dat zij worden aangesproken in hun moedertaal Kinyarwanda. Het is niet aan te raden de hulpkrachten de status ‘vrijwilliger’ te geven om risico van vrijblijvendheid te vermijden. Het salaris zou voor een periode van twee jaar betaald kunnen worden door een Non Gouvernementele Organisatie (NGO) of door een donor.  

Een ervaring: Bezoek weeshuis Rusayo 2005
In het weeshuis Rusayo ontmoetten wij Charles Musabyimana, een jongen van 21 jaar die op jonge leeftijd wees was geworden door de genocide. Als een van de weinige Rwandezen sprak hij vloeiend Engels en Frans, waardoor hij de eerste periode van ons verblijf ons wegwijs maakte en als tolk optrad tussen ons en de andere weeskinderen. Het was een rustige jongen, die dolgelukkig was met onze komst. Toen wij vertelden dat we studenten van de sportacademie waren kwam hij meteen aan met een bal. Nou ja, een bal… Het was een creatie van schuimrubber, bubbeltjesplastic, plastic zakken en daaromheen wat lappen stof, bij elkaar gehouden door een ingenieus haakwerk van touw. Een bal dus. Er moest gevoetbald worden met de Mzungu’s (blanken). Nadat wij, als de almachtige blanke sporthelden waar ze ons voor aanzagen, door zo’n beetje ieder weeskind waren aangeraakt en bewonderd, werden er teams gemaakt. Het veld bestond uit een oranje- rood gekleurd stukje grond, met twee goals van aan elkaar gespijkerde boomstammetjes. En in deze setting, met deze entourage, werd ons de oorsprong van de begenadigde techniek van Afrikaanse voetballers volledig duidelijk gemaakt. Wij probeerden als westerlingen structuur te zien, en te ontwaren wat onze teamgenoten waren tussen de allemaal in het zelfde kloffie lopende weeskinderen. Maar daar was plots Charles; Charles Musabyimana. Natuurlijk had ook hij niet in de gaten wie er nou bij hem in het team zat. Dat was ook niet nodig, want met een niet te beschrijven flair en speels gemak frommelde hij zijn creatie op blote voeten tussen iedereen door. Hij tegen de wereld, en hij won.Na deze overweldigende ervaring ontstond het idee om een project op de zetten om er aan bij te dragen de kinderen van dit weeshuis te kunnen laten ‘spelen’.

De Hutu’s en de Tutsi’s
De Hutu's en de Tutsi's zijn de twee voornaamste etnische groepen in Rwanda. Op het eerste gezicht lijken ze niet zo verschillend. Ze spreken dezelfde taal, wonen naast elkaar in dezelfde gebieden en volgen dezelfde tradities. Maar er zijn ook grote verschillen. Tutsi's zijn langer, slanker en hebben een lichtere huidskleur. De Rwandese bevolking bestaat voor 84 procent uit Hutu's en 15 procent uit Tutsi's.
De spanningen kwamen tot uitbarsting op 6 april 1994 toen het vliegtuig met daarin de Rwandese president Habyarimana boven het vliegveld van de hoofdstad Kigali werd neergeschoten. Binnen enkele uren na de aanslag kwam een golf van geweld op gang. De Hutu-meerderheid beschuldigde de Tutsi's van de moord op de president.
In honderd bloedige dagen vermoordden extremistische Hutu's op systematische wijze gematigde Hutu's en Tutsi's. Hele families werden afgeslacht. Niemand kon ontsnappen, mensen die zich in kerken schuilhielden waren niet veilig. De genocide kwam tot een einde in juli 1994. Als reactie op het geweld was de RPF een tegenoffensief begonnen dat uiteindelijk resulteerde in de verovering van Kigali door de Tutsi's. De regering viel en de RPF riep een staakt-het-vuren uit. Aantal slachtoffers: 937.000. Begin april 2004 stelde de Rwandese regering het dodental naar boven bij. Het hogere dodental is gebaseerd op een volkstelling, die de regering in 2001 heeft laten uitvoeren. Tot dan toe waren er slechts schattingen, die gingen uit van ten minste 800.000 slachtoffers.

Algemene informatie over het land
Rwanda is een land met een oppervlakte van 26.338 km2 (driekwart van Nederland) dat in midden Afrika ligt. Het land heeft 7.8 miljoen inwoners. De voertaal is Frans. Rwanda word ook wel het land van de duizend heuvels genoemd (mille collines). De grote steden zijn redelijk in ontwikkeling, maar even buiten de stad is de armoede goed te zien. Manieren om in hun onderhoud te voorzien zijn onder andere: takken sprokkelen, akkertjes bewerken en melkbussen vervoeren (per fiets). Iedereen heeft tijdens de genocide familie verloren op een gruwelijke wijze. AIDS is een andere veel voorkomende doodsoorzaak.

Webmaster | E-mail | KVK: 37140633 | Bank: 143.533.622